Lieve mama,
Met geen pen kan ik beschrijven hoe ik je mis. Met geen pen kan ik beschrijven hoeveel ik met je wil delen. Er is zoveel ‘misgegaan’ in onze relatie. Wat zou ik je vandaag zeggen als ik je voor één keer nog mocht ontmoeten?
Het is elf jaar geleden dat jij het leven liet. Super onverwacht was je er opeens niet meer. Niet te bevatten. Ik had je net verteld wat mij in mijn leven is overkomen, heftig seksueel misbruik. We konden er eindelijk een beetje over praten. Ik was onder de indruk hoe moedig je was om de vragen te stellen die je nooit stelde. Het was bijzonder om met je te delen over jouw pijn en over mijn pijn. Beiden lieten we de waterlijn zakken.
Je was in staat om naar me te luisteren en ik kon aanwezig zijn bij jouw lijden. We konden over en weer onze excuses aanbieden voor de dingen die we hadden gedaan. Excuses waren achteraf helemaal niet nodig. We hebben beiden gedaan wat we konden, wat onze delen ons toestonden om wel of niet te doen. Maar dat laatste kan ik nu pas zien.
Ik kan nu ook zien dat ik tijdens onze gesprekken op een bepaalde manier nog afstand hield. Ik kon je liefde eigenlijk nog niet echt binnen laten komen. Ik was nog zo bang om je weer te verliezen, ik heb me zo lang eenzaam gevoeld. Jij hebt je zo lang eenzaam gevoeld. Bizar hoe we elkaar ‘niet meer konden vinden’. Ik jou niet en jij mij niet. Dat heet trauma.
Nu elf jaar later, vele therapiesessies en opleidingen later, kan ik trauma beter begrijpen en er bij aanwezig zijn, zonder te bevriezen. Ik zie nu dat onze delen ons soms nog helemaal geen toegang geven om daadwerkelijk de energie van trauma in ons systeem toe te laten. Zolang dat niet kan, blijven we in een overleefstand staan. In mijn geval was dat: bevriezen, me niet echt kunnen openen. Het was voor mijn systeem een fantastische manier om mij te beschermen. Het hield me echter weg uit relatie met jou.

Nu elf jaar later kan ik zo veel eerlijker over mijn trauma praten, zonder overspoeld te worden. Ik kan het dragen en daarmee ben ik vrij. Een ander, jij, hoeft mij niet meer te dragen, er is Zelf-energie aanwezig die mij draagt. Dat is prettig, want daarmee ben ik de stuurvrouw van mijn leven geworden. Dit is allemaal niet over één nacht ijs gegaan. Ik heb er hard voor gewerkt.
Maar er is meer. Ik herinner me nog goed het gesprek dat we hebben gehad toen ik zeventien jaar oud was. Je stond in mijn slaapkamer. Je was van slag. Je gaf aan dat je het moeilijk vond dat je mij niet meer kon bereiken. Je wilde contact met mij en ik had de deur dichtgedaan, bescherming tegen de pijn van het trauma dat ik bij me droeg. Ik trok in die tijd altijd zwarte kleren aan (in een van je dagboeken, die ik later las, lees ik dat je dat vreselijk vond), en ik sloot me vaak op in mijn slaapkamer. Onbereikbaar. Je vroeg rechtstreeks: ‘Digna, wat is er met je aan de hand’? Ik kon geen echt antwoord geven. Mijn delen stonden mij nog niet toe om naar mijn trauma toe te gaan. Ik was nog volop speelbal van depressieve gedachten, anorexia en bulimia nervosa. Toch had ik een bijzonder antwoord. Ik zei: ‘Ik weet het niet precies, maar ik ga ergens doorheen waar ik later mensen mee mag helpen. Ik moet het nu zelf aan den lijve ondervinden’.
In de afgelopen jaren heb ik veel geleerd. Ik ben langere tijd in therapie geweest. Ik heb waanzinnig goede hulp gehad. Tevens heb ik me grondig verdiept in het thema trauma. Ik heb verschillende opleidingen gevolgd en voel dat ik nu kan doen wat ik al op mijn zeventiende tegen jou heb gezegd. Ik wil slachtoffers van trauma, in welke vorm dan ook, nabij zijn. Ik wil ook omstanders, ouders, vrienden en collega’s van slachtoffers nabij zijn. Jij en ik hebben zo gevoeld hoe trauma je uit elkaar drijft. Het is mijn diepe wens om mensen bekend te maken met wat er precies gebeurt in de geest van iemand met trauma. Begrip hierover kan zoveel betekenen.
Lieve mama., ik wil nog veel meer met je delen. Het liefst zou ik ook horen hoe het nu met jou is! Waar je ook moge zijn, ik wens je van harte toe dat het goed met je is! Ik hou van je, altijd.
Liefs, je dochter, Digna

