Wanneer je naar jonge kinderen kijkt, proef je dat zij soms vol verwondering de wereld inkijken. Ik heb wel eens een wandeling door een stad gemaakt met een drie jarige. Dat is een enorm avontuur. Dit kleine ventje liet me dingen zien, waar ik zo aan voorbij zou lopen. Een schildering op een muur, een paardenbloem die tussen de stenen omhoog kroop en een halsbandparkiet die hem zomaar kwam begroeten.
Deze verwondering is wat in het Zen boeddhisme wordt aangeduid met de term ‘beginner’s mind’. Je proeft gelijk dat dit alles te maken heeft met de dingen waarnemen alsof je ze voor de eerste keer waarneemt. Je kunt dit met alle zintuigen doen; zien, horen, ruiken, proeven en tast of voelen. Eigenlijk is de theorie heel eenvoudig. Je stelt jezelf open voor alles wat je ziet, hoort, ruikt, proeft en voelt en je verwonderd je.
Neem een minuutje de tijd om op die manier je kamer rond te kijken. Of te luisteren naar de geluiden die op dit moment aanwezig zijn in je omgeving.
Uit ervaring weet ik dat de theorie gemakkelijker is dan de praktijk. Onze dagelijkse geest is een kiezende geest. Die wil dit wel en dat niet. De dagelijkse geest, ook wel gewoontegeest genoemd, haakt aan als de sensaties prettig zijn en hij haakt af als de sensaties onprettig zijn. Beginner’s mind gaat voorbij kiezen voor dit en tegen dat. In die zin brengt beginner’s mind je direct in Zijn en Zijn is niet kiezend.
Wanneer we rusten in Zijn, in beginner’s mind, komen terecht in een open ruimte die vrij is van oordeel. Deze open ruimte neemt waar en verwonderd. Hier zijn geen grenzen, het volkomen open en vrij, licht en alles includerend.

Oefenen om met beginner’s mind aanwezig te zijn is super leuk. Als je bijvoorbeeld gaat dansen, dan kun je leren genieten van elke beweging die je maakt. Als je een ijsje eet, kun je leren genieten van elke hap. Als je een wandeling maakt, kun je vol verwondering kijken naar je omgeving.
Naar het concertgebouw gaan en naar een concert luisteren is normaal al een bijzondere ervaring. Beginner’s mind doet er absoluut nog een schep bovenop. Ik denk dat je direct proeft dat dit met alles zo is.
Ook alledaagse dingen kun je met beginner’s mind doen. Bijvoorbeeld de afwas of het poetsen van je schoenen. Het ophangen van de was of het opmaken van je bed. Bijzonder genoeg maakt het enorm veel uit of je deze dingen doet met of zonder verwondering. Met verwondering is alles een soort avontuur.

Ons brein is geneigd om alles in hokjes te stoppen en vooral om te checken wat voor ons voedend en veilig is en wat niet. Dit heeft overlevingswaarde. Ons brein heeft om die reden eigenlijk geen baat bij beginner’s mind. Ik ga er vanuit dat dit de reden is waarom ik mezelf keer op keer moet herinneren om mijn omgeving met beginner’s mind tegemoet te treden, om me te verwonderen.
Mingyur Rinpoche heeft hier een zinnetje voor: short times, many times. Daarmee bedoeld hij dat je kunt oefenen, je vergeet je beoefening en op het moment dat je daar achter komt, begin je opnieuw met oefenen. Zo oefenen we korte momenten, zeer vaak herhaald. En misschien wordt beginner’s mind ooit een eerste gewoonte.

