Ik kan me voorstellen dat het niemand koud laat wat er in de wereld gebeurt, zowel in kleine zin als in grote zin. We lezen steeds vaker dat mensen, soms nog heel jonge mensen, met messen of andere voorwerpen schade aanrichten bij anderen. Ik denk dat we schrikken wat er gebeurt in de politiek, hoe een groep mensen, vluchtelingen, wordt weggezet en er opeens geen ruimte meer is voor mensen in nood. En als we de berichtgeving uit Amerika volgen, dan kan het zijn dat de moed je in de schoenen zakt. Dat is in elk geval wel een reactie die bij mij vooraan ligt. Inert worden, bevriezen, me terugtrekken.
Onlangs las ik in een brief dat iemand schrijft: ‘Veel ging en gaat mis als we in ‘wij-zij’ denken. Iets of iemand kunnen we wellicht aanvankelijk met ‘hosanna’ binnenhalen, maar als het niet helemaal in ons straatje past en we er zelf – en in onszelf – voor aan de bak moeten, dan keert het tij. En waar begint eigenlijk het wij-zij-denken in mijzelf?
Soms komt het omdat de ander en andere gedachten dan die ik ken, vreemd voor me zijn. Zou vervreemding het tegenovergestelde kunnen zijn van verbinding? Het lijkt alsof we vooral woorden hebben voor wat ons scheidt en geen taal of gevoel meer voor wat ons bindt’. (Nanda Ziere)
Mijn basale reactie om te bevriezen, uit relatie te gaan, is een oude overlevingsreactie. Ik weet zeker dat ik dan in een wij-zij gedachte of gevoel terecht ben gekomen. Er is een ‘ik’ hier dat zich denkt te moeten beschermen tegen ‘dat’ daar. Zodra ik in de gaten heb dat die neiging begint, kan ik hem stoppen en onderzoeken wat er in mij leeft. Ik kan mijn gedachten en gevoelens onderzoeken en ontdekken dat ik mijn reactie kan volgen of een andere beweging kan maken. Die andere beweging zou het begin van onverschrokkenheid kunnen zijn.

Met onverschrokken bedoel ik: in de ogen kijken waar ik vanuit mijn overlevingsdrive vandaan zou willen gaan. Onverschrokken betekent dat ik luister naar de stem van mijn Gestalte, innerlijke leraar, hoger zelf. Deze stem geeft me de uitnodiging om mezelf te openen naar dat wat is in plaats van me af te sluiten. Pema Chödrön heeft in een van haar boeken geschreven: zodra ik de neiging krijg om me terug te trekken, oefen ik juist om zo veel mogelijk knoopjes van mijn harnas open te maken, zodat mijn hart geraakt kan worden. Dit is wat ik bedoel met onverschrokkenheid.
Tijdens de sessie met mijn leraar ging het over het feit dat we altijd fundamenteel (majestueus) eenzaam zijn en tegelijkertijd fundamenteel verbonden met al het bestaande. Deze twee: ‘eenzaam en verbonden’ zitten op precies hetzelfde punt. Ik wil me openen naar het relatieveld, ook als dat voor mijn gewoontezelf moeilijk is. Ik wil de knoopjes van mijn harnas losknopen en mijn hart laten raken. Ik wil onverschrokken doen wat gedaan wil worden. Zonder van mijn plek te komen, zonder in doen te schieten. Ik wil inherente liefde en wijsheid leven in relatie met het grote geheel, ruimte biedend aan de inherente liefde en wijsheid van anderen.
Twee jaar geleden tijdens een retraite hoorde ik het volgende verhaal: Er zijn op dit moment lama’s die in kampen wonen in Tibet. Deze lama’s trekken, zonder toestemming van de Chinese onderdrukkers, van kamp naar kamp om te doen wat gedaan moet worden. Hun missie is: mensen in nood nabij zijn. Deze lama’s riskeren hun leven, maar dat deert hen niet om te doen wat gedaan wil worden. Ik ken inmiddels meerdere verhalen van andere lama’s die datzelfde hebben gedaan en die dat soms daadwerkelijk met hun eigen leven moesten bekopen. Onverschrokken bleven zij doen wat gedaan wilde worden. Dit is voor mij een zeer grote inspiratiebron!

Onverschrokkenheid is de inspiratiebron van heel veel mensen. Bewust en onbewust. Alle grote namen die we kennen hebben onverschrokken hun bijdrage gegeven aan deze aarde: Nelson Mandela, Etty Hillesum, Gandhi en Martin Luther King, om een paar grote namen te noemen. En ik weet zeker dat er velen zijn die nooit bekend zijn geworden voor wie onverschrokkenheid ook een inspiratiebron was.
Pema Chödrön schrijf in haar boek: ‘Elk einde een nieuw begin’ het volgende: ‘Toen de astronaut Edgar Mitchell in 1971 op de maan liep en vanuit zijn immense perspectief de aarde zag, besefte hij dat er slechts één aarde is en dat alle scheidingen die de mens had aangebracht – en die zo veel lijden veroorzaken – willekeurig en zinloos zijn. Hij besefte dat wij aardbewoners moeten samenwerken en dat afgescheidenheid een illusie is. ‘Vanaf de maan’, zei hij, ‘ziet de internationale politiek er heel kleinzielig uit’.
Als we nu op de maan zouden staan, zouden we dezelfde ontdekking doen. De vraag die in mij leeft is: hoe kan ik, in deze tijd, onverschrokken en grensoverstijgend mijn leven leven. Hoe kan ik bijdragen zowel in het kleine als in grote. Als ik me dan opnieuw afstem op het woord onverschrokken en op hoe mensen die dit in mijn ogen hebben geleefd, vorm hebben gegeven, dan hebben zij allemaal een aantal kenmerken gemeen: 1. hun eigen leven stond niet op nummer één, zij waren zich uiterst bewust van het grotere geheel; 2. de grondslag van hun daden lag in geweldloosheid – liefde; 3. zij hebben de moed gehad om zich in te zetten, zowel in het klein, als in het groot, voor alle levende wezens.
Dit is mijn inspiratie in de huidige tijd. Het hoeft niet perfect. Maar misschien mag mijn leven minder gaan over ‘mij, mij, mij’ (iets wat sowieso hoort bij spirituele beoefening) en mag ik leren om onverschrokken te doen wat gedaan wil worden. Mag ik leren mijn harnas uit te trekken en me te laten raken.
Hartepijn introduceert je in de Liefde die je van nature bent. (Pema Chödrön)

